Blog-home

Week 33

Een idee uit 2002

Twinkel is een heel gewone Túath. Met haar tweehonderd en vierentwintig jaar nog niet helemaal volwassen.
Het is een vrolijk meisje met een flinke bos donzig haar op haar bolle hoofdje. Ogen zo groen als gras en kleine, scherpe tandjes, die blinken in de zon. Twinkel is niet veel groter dan een ekster, maar kan praten voor twee, of drie, als ze weer wat nieuws heeft verzonnen.
Twinkel’s familie woont in steeg vijf T, huis één, waardoor ze een geweldig uitzicht hebben op alle huizen van de mensen in het dorp.
Natuurlijk weet geen van de inwoners van het kleine Ierse plaatsje Swords, dat de Túath daar wonen en niemand zou er ook ooit achter zijn gekomen, als meneer en mevrouw Tops elkaar niet hadden zien staan die avond en Twinkel nooit zou zijn geboren.
Twinkel is niet het enige Tops-kind, ze is de tweede van de vijf, de oudste van drie meisjes en degene die het meest op haar vader lijkt. Hetzelfde donkerblauwe haar, dezelfde gifgroene ogen en dezelfde mond, die nooit stil bleef staan. Alleen wanneer ze slapen dan.

De mensen en de Túath leven naast elkaar, lopen elkaar niet voor de voeten en doen meestal of de andere partij niet bestaat. Dat is voor de mensen ook niet zo moeilijk, omdat die nog nooit van de Túath hebben gehoord.
De volwassen Túath, ze worden volwassen als ze tweehonderd en vijftig zijn: een kwart van een millennium, kunnen even groot als de mensen worden en zichzelf na het winkelen, met hun boodschappen, weer klein maken.
De Túath zijn een merkwaardig volkje, met een huid zo licht en vlekkeloos dat het af en toe onzichtbaar lijkt.

Twinkel is geboren in het huisje waar ze nu nog woont en ze kan niet wachten tot ze tweehonderd en vijftig wordt, helaas duurt dat nog wel even. Tot die tijd verveelt ze zich echter niet.
Naast hen, in huis twaalf, de telling loopt bij de huizen van vijf T een beetje vreemd, woont Twinkel’s beste vriendin: Spon Terrel. Spon is even groot, even oud en kan evenveel praten, maar daar houden de vergelijkingen op. Spon heeft een enorme bos lang, krullend en vuurrood haar, dat tot haar middel komt en gewoon niet bij elkaar blijft zitten met touw, elastiek of wat dan ook. Haar ogen zijn oranje en enkele sproetjes sieren haar spitse neusje. Spon heeft, in tegenstelling tot het Tops-gezin maar één broer, Nit, die volgend jaar volwassen wordt. Daar schept hij echter zo over op dat Twinkel het af en toe moeilijk kan geloven.
Nit lijkt absoluut niet op zijn zusje, maar dat zou dan ook vrij zeldzaam zijn. Dat Twinkel zo veel op haar vader lijkt is eigenlijk een groot raadsel, de Túath zijn het meest creatieve volkje wat ooit bestaan heeft. Met uitzondering van enkelen lijkt er geen één op een ander.
Twinkel’s jongste zusje heeft bijvoorbeeld okergeel haar en blauwe ogen, terwijl haar moeder weer wel de blauwe ogen, maar niet het gele haar heeft. Dat van mevrouw Tops is simpel bruin en steekt alle kanten uit. Ze klaagt er altijd over, maar geen enkel haarmiddel helpt en kort knippen durft ze niet.

De Túath dragen altijd een hoed, muts of hoofddoek als ze groot worden en een zonnebril wanneer hun kleur ogen afwijkt van het gewone blauw, bruin of grijs. De mensen kijken hen dan af en toe verbaasd aan, maar vragen verder niets.
Steeg vijf T ligt op een merkwaardige plaats, die eigenlijk niet eens bestaat. De Túath van vijf T gaan een deur door waarachter de mensen niets anders dan een rommelige schuur vinden. Daar maken ze zich weer klein en klimmen door een ronde opening achter de kattenbak. Dan komt het moeilijkste gedeelte: de trappen. Vijf T betekent vijf trappen en de steeg, wat eigenlijk een doodgewone gang is, komt na het klimmen van die vijf trappen.
De trappen, zowel als de gangen liggen dus eigenlijk in de muur, maar geen mens zou wat zien als ze de muur zouden openbreken. Dan zouden de Túath wel moeten verhuizen, want zonder de illusies kunnen hun huizen niet bestaan.
In elke steeg zitten vijf deuren aan weerskanten en achter die deuren een huis. Er zijn twaalf stegen in het schuurtje en dus honderdtwintig huizen met honderdtwintig Túath gezinnen. En dat is dan alleen nog maar het schuurtje in Swords, ik ga niet beginnen met uitleggen waar al die anderen dan wel leven.