week 6

Dag 11 (Prompt: Aangeslagen)

Nog nooit had Novaly zo'n hekel gehad aan deuren die schoven. Haar handen jeukten om iets met een goede harde klap dicht te slaan.
Midden in de cabine bleef ze stilstaan. Haar vingers bogen zich samen tot vuisten om daarna weer wijd uitgestrekt te worden. Ze had even geen flauw idee wat ze met zichzelf aanmoest. Ze wilde gillen, maar vond dat ze daar veel te oud voor was. Ze wilde stampen en op en neer springen, of was dat te kinderachtig? Met haar kaken op elkaar geklemd mompelde ze enkele woorden die haar vader haar maar beter niet kon horen zeggen.
Te boos om verder na te denken over hoe ze haar woede kon uiten, liet ze zich op de grond zakken. Heel even stond ze zichzelf toe luid te kreunen. Toen haalde ze diep adem en staarde naar het witte plafond.
“Eén... twee... drie... eikel... vijf... verwaande kwast... zeven...”
Ze moest zich inhouden om niet al haar woeste gedachten gewoon te verzenden. Niet dat het veel zou helpen. Zijn schilden waren veel te sterk. Hij zou weten dat ze naar hem dacht, maar hoogstwaarschijnlijk zou hij alleen maar lachen om haar nutteloze poging. Haar vader zou haar berispen en haar stemming zou er niet door verbeteren.

Heel langzaam liet ze haar adem ontsnappen. Ze voelde hoe Brindi contact met haar zocht en opende haar geest.
“Novaly? Heeft hij het weer gedaan?”
Novaly sloot haar ogen. Verzenden ging nooit enkel met woorden. Gesprekken waren verweven met beelden en emoties en hoe vreselijk ze het ook vond om het te moeten toegeven; het beeld van Thane bezorgde haar van binnen nog steeds rillingen. Brindi mocht het niet weten. Ze moest haar gedachten goed in de hand houden. Voorzichtig zijn met wat ze naar de oppervlakte liet komen. Ze wist dat ze daar jammerlijk in faalde.
Even voelde ze zich een klikspaan, maar bij de gedachte aan zijn vernederende woorden, besloot ze dat het goed zou zijn wanneer Thane op zijn kop zou krijgen.
Ze toonde Brindi wat er was gebeurd en voelde wat later met iets van genoegen hoe de bom ontplofte.

Het was niet dat Thane geen gelijk had in het feit dat hij qua intelligentie ver boven haar verheven was Zelfs boven het overgrote deel van de bemanning. Het kon haar echt niet veel schelen dat iemand slimmer was dan zij, maar de manier waarop hij haar met een enkel woord de grond in wist te stampen, vrat aan haar binnenste.
Ze voelde zich al zo onbeduidend. Ze had echt geen zeventienjarig genie nodig om erin te wrijven dat ze nog maar veertien was. Geen taak aan boord, geen doel. Dochtertje van de kapitein. Kind.
Dat vond ze nog wel het ergste.
Ze duwde zichzelf overeind van de grond en plofte neer op de ronde bank. Ze was geen kind meer, die speelde met poppen en om haar pappie riep bij elk gemeen woord dat tegen haar gesproken werd.
Zichzelf uitscheldend omdat ze zich zo had laten kennen, bedacht Novaly zich dat Brindi haar broer er vast toe zou aanzetten om zijn verontschuldiging te komen aanbieden. Hij zou verzekerd zijn van zijn gelijk wanneer hij haar zou vinden zoals ze er nu bij zat.
Meteen vloog ze overeind. Ergens anders heen gaan had geen zin, hij kon haar vinden zelf al zat ze verstopt in de kast.

Met een verbeten trek om haar mond haastte ze zich naar de kleine wasruimte.
Ze had niet gehuild, besefte ze met iets van trots. De randen onder haar ogen waren wat rood, maar er waren geen sporen van tranen. Ze haalde haar paardenstaart uit en borstelde haar steile haar. Wanneer hij kwam, zou hij zien dat ze zichzelf volledig in de hand had. Een beetje aangeslagen misschien, maar niet beledigd. Niet onder de indruk van zijn kleinerende woorden en zeker niet woest om zijn insinuaties. Ze zou zijn excuus in ontvangst nemen en dan de deur weer voor zijn neus dicht schuiven.
Zo jammer dat ze dat niet met een knal kon doen.